Cervantes

Thema’s > Beroemde Spanjaarden > Cervantes

Miguel de Cervantes Saavedra groeide op als zoon van een verarmde landadellijke familie in Alcalá. Hij liep school bij de Jezuïeten en zette al in zijn jeugd zijn eerste stappen in de poëzie. Een gerechtelijke veroordeling, waarvan de inhoud en de reden onduidelijk zijn, dwong hem naar Italië te vluchten toen hij pas tweeëntwintig jaar was.

In 1569 kreeg hij in Rome een plaats als kamerdienaar, maar die gaf hij een jaar later weer op om als vrijwilliger bij het leger van zijn vaderland aan te sluiten in de strijd tegen de Turken. In de zeeslag bij Lepanto in 1571 verloor hij de macht over zijn linkerhand. Hoewel zijn hand niet werd geamputeerd, bleef hij in Spanje bekend als ‘el Manco de Lepanto’ (= de éénhandige van Lepanto).

Ook in de daaropvolgende jaren had Cervantes weinig geluk, want in 1575 werd hij op een reis naar Madrid door Algerijnse kapers gevangen genomen en gedurende vijf jaar verplicht als slaaf te werken in Algerië. Pas in 1580 kon hij worden vrijgekocht. In Spanje teruggekeerd, werd hij door Filips II met verscheidene opdrachten belast, o.m. met het innen van belastingen. Intussen schreef hij toneelstukken, die wel gespeeld, maar niet uitgegeven werden. Zijn eerste gepubliceerde werk was de herdersroman La Galatea (1585).

Zijn grote succes met het eerste deel van zijn meesterwerk “Don Quijote” (1605) stelde Cervantes echter niet in staat om in zijn bestaan te voorzien. Hij werd zelfs het slachtoffer van een plagiator (ene Alonso Fernandez de Avellaneda) die met zijn centrale held een vervolg op de “Quijote”-roman schreef, terwijl Cervantes zelf nog doorwerkte aan het tweede deel van zijn werk. Dat verscheen in 1614. Zijn laatste levensjaren bracht hij in armoedige omstandigheden door in Madrid.

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *