Granada

Plaatsen > Granada

Granada was een door joden bewoonde stad toen in 1012 de Berberse Ziriden zich vanuit Elvira terugtrokken op veilige hoogten van het Alhambra. Uit de chaos van de minivorstendommen kwam Mohammed I in 1231 op als heerser over de stad en de provincie van Granada en het is wonderlijk dan dit sultanaat als laatste van de Moorse staten in Spanje stand wist te houden om pas in 1492 na vele jaren van roem ten val te komen. Nadat Granada in handen was gevallen van de Katholieken Koningen, ontwikkelde de stad zich onder christelijke heerschappij tot een middenpunt van de Renaissance. Na een periode van verval in de 19e eeuw, staat Granada opnieuw in de belangstelling.

Alhambra (een groot paleis) is in de stad Granada gebouwd en is rijk aan Moorse bouwstijlen en fantastische tuinen. Het werd ooit gebouwd door Ismaíl I, Yusuf I en Muhammad V, omdat hun macht aan het afbrokkelen was. Het was een weerspiegeling van een paradijs op aarde, volgens hen. Het Alhambra heeft veel te lijden gehad, waaronder een poging van Napoleon om het op te blazen. Het Alhambra is een must om te bezoeken en een grote omweg waard!!!

Het Alhambra was oorspronkelijk een complete stad. Er woonden 40.000 mensen. Het gehele complex van Moorse paleizen, inclusief de heuvel en de wijk rondom het paleis, wordt nu het Alhambra genoemd. Het Alhambra bestaat in feite uit drie gedeelten: het ALCAZABAR, het ALCAZAR, ofwel Palacios Nazaries, en de GENERALIFE.

Het ALCAZABAR is het fort, het oudste gedeelte van het Alhambra. Een ruïne met oude muren en torens die een betoverend uitzicht geven. De hoogste toren is de TORRE de la VELA, die na de verovering op de Moren meteen van een katholieke klokketoren werd voorzien.

Het ALCAZAR, ofwel Palacio Nazaries, is het eigenlijke paleizencomplex. Het is één van de wonderen van Spanje met een ongelooflijke aantal kamers en zalen in verbluffend goed bewaard gebleven moorse architectuur. Het paleis van de Nasriden, het hoofdcomplex van het Alhambra, stamt uit de vroege 14e eeuw. Het is een typisch islamitisch paleis met een rechtszaal, openbare vergaderzalen, het koninklijk paleis en vrouwenvertrekken. Aan de vier belangrijkste binnenplaatsen en de architectuur van de tussenliggende gebouwen is ook nu nog het Moorse tuinensysteem te herkennen, zij het in gereduceerde vorm. Helaas ontbreekt de beplanting op de tot de harem behorende Leeuwenhof met zijn indrukwekkende Leeuwenfontein, waaraan in 1377 onder Mohammed V werd begonnen. De patio wordt omringd door 124 zuilen. De fontein rust op 12 marmeren leeuwen.

Aan de westzijde sluit de zogeheten Patio de Arrayanes aan op de officiële ontvangstzaal van het paleis, waarvan de oorspronkelijke inrichting nagenoeg geheel bewaard is gebleven. De binnenplaats wordt gevuld door een breed kanaalvormig bassin met kleine fonteinen aan de smalle kanten. Dichtbegroeide mirtenhagen flankeren het bassin. Dergelijke binnenplaatsen waren versierd met weelderige plantengroei, betoverend ruikende bloemen en exotische vogels. In het bassin weerspiegelt zich een statige en van kantelen voorziene toren met de vooruitstekende porticus. In deze toren bevindt zich de Salon de Embajadores met op het plafond de zeven hemels van de moslim-kosmos. Het op een kloostergang lijkende systeem van fonteinen en kanalen van de Leeuwenhof en het villa-achtige complex van de Mirtenhof met de Comares-toren loopt door naar de Hof van Lindaraja. Ook nu nog ademt deze door de centrale fontein, de cipressen en sinaasappelbomen en de buxus-beplanting een oosterse sfeer. Aan de oostelijke zijde rijst de al genoemde Torre de las Damas op met het Palacio del Partal. Voor de porticus ligt de binnenplaats met eenzelfde soort rechthoekig bassin als in de Mirtenhof. Wellicht maakte de porticus deel uit van een tuinontwerp dat bedoeld was als verbinding naar buiten toe, met het uitgestrekte park van het Albambra.

Het GENERALIFE is het zomerpaleis en bestaat daarom voor het grootste gedeelte uit prachtig aangelegde tuinen met cypressen, buxushagen, sinaasappelbomen, vijvertjes, fonteinen, duizenden bloemen en mooie uitzichten en doorkijkjes. Amper 50 meter boven de heuvel met het Alhambra stichtten de heersers van Granada omstreeks het midden van de 13e eeuw een zomerverblijf, het Generalife. In 1526, slechts enkele decennia na de verdrijving van de Moren, bezocht de Venetiaanse edelman Andrea Navagero Granada, het Alhambra en het Generalife. Navagero, aan wie we een unieke beschrijving van het slot en de tuin te danken hebben, betrad het complex “door de achterpoort van de ringmuur van het Alhambra”.

“Ook al is dit slot niet groot, het is een mooi gebouw met een mooie tuin en waterwerken; het mooiste dat ik in Spanje heb gezien. Het bezit meerdere patio’s, allemaal rijkelijk voorzien van water, waarvan er één een stromend kanaal heeft en vol staat met mooie sinaasappelbomen en mirten. Er is een loggia waardoor men naar buiten kan kijken en waaronder hoge mirten oprijzen die bijna tot aan het balkon reiken. Deze hebben een dicht bladerdak en zijn allemaal even hoog, zodat ze op een groen veld lijken. Het water stroomt door het hele paleis en, als men dat wil, ook door de vertrekken, waarvan enkele zeer geschikt zijn om als zomerverblijf te dienen”.

De Italiaan heeft veel tijd in de tuin van het Generalife doorgebracht en vertelt over exotische bomen en wonderbaarlijke waterleidingen die het gazon waar men op staat, plotseling kunnen overvloeien. Algauw heeft hij ook ontdekt waar al dat water vandaan komt:

“Op het hoogstgelegen deel van dit slot bevindt zich in een van de tuinen een brede trap die omhoog loopt naar een klein terras. Uit een rots op dit terras stroomt het water dat zich over het paleis verdeelt. Daar wordt het water met behulp van vele schroeven opgeslagen, zodat men het op elk moment en in elke gewenste hoeveelheid naar buiten kan laten stromen.”

De binnenplaats is tegenwoordig dichtbegroeid, met mirte die tot in de hemel lijkt te willen reiken en kogelvormige buxusstruiken die het terrein geleden. Langs de middenas loopt het waterkanaal met de stenen omranding, waaruit filigrane waterfonteinen omhoogborrelen die in boogjes in het kanaal vallen. Via een dubbele zuilenpoort komt men in de hoofdtuinzaal. Vanuit deze zaal wandelt men naar de balkons, onder andere naar het met klimop begroeide terras met uitzicht op het Darrodal, dat Navagero elders heeft beschreven.
Terug naar de grote binnenplaats met in het midden het kanaal dat naar de aanbouw uit de 16e eeuw voert. Loopt u de binnenplaats door, dan komt u bij een mooie waterparterre waarvan het smalle bassin geflankeerd wordt door slanke cipressen en bontgekleurde kuipplanten. De waterparterre bevindt zich vlak bij de door Navagero beschreven watertrap en leidt naar een belvedère uit de 19e eeuw. Aan weerszijden van de trap verheffen zich terrassen, waar vroeger vermoedelijk bloemenperken en hagen waren.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *