Legenden en Romances uit Spanje

EERHERSTEL DOOR STRIJD.

Toen deze zaak eindelijk geregeld was, bracht de Cid zijn voornaamste
aanklacht tegen de Infantes in het geding, en vroeg eerherstel in
het tournooi voor den grooten smaad zijn dochters aangedaan. Hierop
stond Graaf Garcia op, om de Infantes te verdedigen. Hij pleitte,
dat zij van vorstelijken bloede waren, en alleen reeds daarom volkomen
gerechtigd, zich te ontdoen van de dochters van den Cid. Toen verrees
de oudste van de Infantes, Fernandez González, van zijn zitplaats
om zijn instemming te betuigen met hetgeen zijn vazal gesproken had,
en hij toonde opnieuw zijn minachting voor het huwelijk dat hij had
aangegaan, door zijn laffe handelwijze te verdedigen, op grond van
zijn vorstelijken rang. Hierop ontstak Pero Bermuez in hevigen toorn;
hij hoonde de Infantes om hun lafheid bij het avontuur met den leeuw,
en daagde hen tot den strijd uit.

HET OPTREDEN VAN ASUR GONZÁLEZ.

Toen de twist het hoogst gestegen was, trad Asur González, een
aanmatigende vazal van de Infantes, de rechtszaal binnen.
Het grof gelaat verhit door wijn en ‘t overvloedig maal,
De kleeren slordig en gescheurd, zóó drong hij in de zaal.
Hij mat den Koning en het Hof met onbeschaamden blik
En riep: “Wat moet die bluffer hier, die roover Roderick?
Wil hij zich meten met Carrión, dat edel Vorstenhuis,
Hij, die op roof trekt door het land, met al zijn vuil gespuis?”
Maar woest sprong Muño Gustioz op: “Zwijg stil, gij dronken zwijn,
Die ‘s morgens vroeg, nog voor ‘t gebed, reeds zat zijt van
den wijn,
Voor wien geen eed ooit heilig was, en trouw slechts was een woord,
Van wien geen daad van menschlijkheid door iemand werd gehoord!
O, moog’ het mij gegeven zijn, dat ‘k met dit scherpe staal
De tong u snijde uit den mond, en stoppe uw leugentaal!”
“Genoeg!” zoo riep de Koning uit; “deez’ twist wordt niet beslecht
Met woorden in het Parlement, maar met een zwaardgevecht.”
Nauwelijks was het tumult door het optreden van den Koning eenigszins
bedwongen, of twee ridders traden de rechtszaal binnen. Het waren
afgezanten van de Infantes van Navarra en Arragon, die gekomen waren,
om namens hunne meesters den Koning om de hand te vragen van de
dochters van den Cid. De Koning wendde zich tot den Cid en verzocht
zijne toestemming tot dit huwelijk, en toen de Cid nederig zijne
machtiging had gegeven, deelde de Koning de vergadering mede, dat het
huwelijk op de gebruikelijke wijze zou worden voltrokken, en dat de
strijd tusschen de twistende partijen den volgenden dag zou worden
uitgevochten. Dit was slecht nieuws voor de Infantes van Carrión, die
in hun angst eenig uitstel verzochten, om in de gelegenheid te zijn,
zich te voorzien van goede paarden en wapenen, zoodat de Koning ten
slotte minachtend zeide, dat het tournooi nu definitief zou plaats
hebben over drie weken, en wel in Carrión, zoodat de Infantes geen
enkele uitvlucht zouden kunnen bedenken of zouden kunnen beweren,
dat de strijders van den Cid iets op hen vóór hadden gehad.

Toen nam de Cid afscheid van den Koning en bij het vertrek verzocht
hij hem, zijn strijdros Babieca van hem aan te nemen, maar Alfonso
weigerde dit vriendelijk aangeboden geschenk, met de hoffelijke
verklaring, dat, als hij Babieca aannam, het dier een minder goeden
meester zou krijgen. Daarna wendde de Campeador zich tot hen, die
geroepen waren, zijn zaak in het tournooi te verdedigen, sprak eenige
hartelijke woorden van afscheid, en vertrok weer naar Valencia, terwijl
de Koning naar Carrión reisde, om het zwaardgevecht bij te wonen.

HET GERECHTELIJK BEWIJS DOOR MIDDEL VAN DEN STRIJD.

Toen de tijd van den wapenstilstand verstreken was, begaven de
strijdende partijen zich naar de plaats, waar het tournooi zou plaats
vinden. De mannen van den Cid hadden niet veel tijd noodig om zich te
wapenen; maar de verraderlijke Infantes van Carrión hadden een groote
menigte vazallen medegebracht, in de hoop, dat zij in den nacht de
kampioenen van den Cid zouden kunnen overvallen, wanneer dezen niet
op hunne hoede waren. Maar Antolinez en zijne metgezellen waren op
verraad bedacht, en verijdelden het plan. Toen zij zagen, dat er geen
ontkomen aan was, en dat zij gedwongen waren met hun tegenpartij op
leven en dood te vechten, smeekten zij den Koning, de kampioenen
van den Cid te verbieden, de beroemde zwaarden Colado en Tizon te
gebruiken, want zij hadden een bijgeloovige vrees voor de macht van
deze wonderbaarlijke wapenen, en zij betreurden het zeer, dat zij ze
hadden teruggegeven. Maar Alfonso weigerde aan dit verzoek te voldoen.

“Gij hebt uwe eigen zwaarden,” zeide hij kortaf; “deze zijn zeer
voldoende. Ziet toe, dat gij ze als mannen hanteert, want gij kunt
er op aan, dat er van de zijde van den Campeador geen fouten zullen
worden begaan.”

De trompetten schalden, en de Cid en drie zijner kampioenen sprongen op
hunne ongeduldige strijdrossen, nadat zij eerst het teeken des kruises
op hun zadel hadden gemaakt. De Infantes van Carrión bestegen ook
hunne paarden, echter met minder animo. De maarschalken of herauten,
wier taak het was de regelen van het gevecht te bepalen, en uitspraak
te doen in geval van oneenigheid, namen hunne plaatsen in. Toen sprak
Koning Alfonso: “Hoort naar mijne woorden, Infantes van Carrión. Het
was uw plicht geweest, dezen strijd in Toledo te voeren, maar gij
wildet niet; daarom heb ik deze drie ridders veilig naar Carrión
gebracht. Maakt gebruik van uw recht, maar met eerlijke middelen. Wie
verraderlijk handelt, dien zal het slecht vergaan.”

Hier volgt de beschrijving van den strijd:
Als de heraut het perk verlaat, dan staan zij oog in oog,
Zij heffen ‘t schild zich voor de borst, de speren gaan omhoog;
Tot d’aanval buigen zij het hoofd, dan sporen zij het paard,
En stormen op elkander toe in razend woeste vaart.
Dof klinkt de echo van den schok, en dreunend trilt de grond,
Vol spanning zien de ridders toe of geen nog is gewond.
Ferrando’s speer stoot door het schild van Bermuez met kracht,
Maar vóór hij nog het harnas raakt, versplintert reeds de schacht.
Maar nu heft Bermuez zijn lans, en stoot met forsche hand;
Door schild en harnas dringt de speer: Ferrando glijdt in ‘t zand,
En kermend smeekt hij om genâ, het bloed stroomt uit zijn borst,
En angstig op d’omwoelden grond ligt daar de laffe vorst!
Toen trok Bermuez ‘t zwaard Tizon, te eindigen den strijd,
Maar de Infant riep: “Ik erken, dat ge overwinnaar zijt.”
Daarna kwam het samentreffen tusschen Antolinez en den
anderen Infant. Beiden braken zij hun lans op het schild van de
tegenpartij. Toen trokken zij de zwaarden, en renden op elkander
in. Antolinez deed met Colada zulk een geweldigen uitval naar Diego,
dat het scherpe zwaard de stalen helm middendoor sneed, en een gedeelte
van het hoofdhaar van Diègo medenam. De verschrikte prins wendde zijn
paard en vluchtte, maar Antolinez vervolgde hem met voorgewende woede,
en sloeg hem met het vlakke zwaard tusschen de schouders. Zóó kreeg de
lafaard de straf der laffen. Toen Diègo de aanraking van het zwaard
voelde, begon hij luidkeels te schreeuwen, gaf zijn paard de sporen
en sprong over de omheining van het strijdperk, hiermede, volgens de
regelen van het gevecht, zich gewonnen gevende.

Geef uw mening over dit artikel! Het is altijd leuk om iets van onze lezers te horen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *