Legenden en Romances uit Spanje

De schrijver van de Pastor de Filida Luiz Galvez de Montalva, was zijn
intieme vriend, en het staat vast, dat deze een scherpe kritiek leverde
op minderwaardige rijmelaars, zooals Hebrao en Alonso Perez. Het werk
van hen, die deze school van pseudo-Arcadianisme vormden, had niets
van de bekoorlijkheid der schilderijtjes van Watteau of Fragonard,
hoe onnatuurlijk hunne herders en herderinnetjes in zijden en satijnen
kleederen ook mochten zijn. Het landschap van de Spaansche pastorale
had coulissen van bordpapier, en kunstmatige bliksemstralen schoten
over het tooneel. Het was bevolkt met onuitstaanbaar saaie wezens, die
inplaats van het werk te doen, waarvoor zij betaald werden, elkander,
en den rampzaligen reiziger, die het ongeluk had hen te ontmoeten,
gruwelijk verveelden met hun verliefd gejammer en eindelooze verhalen
over hun liefdessmart. Het was dan ook niet te verwonderen, dat het
aangeboren gezond verstand van Cervantes later in opstand kwam tegen
dezen onwaardigen en onmannelijken onzin. Maar toch is het merkwaardig,
dat hij, ondanks zijn scherpe kritiek van de ridderromance, een zwak
bleef behouden voor de dwaasheden van Arcadië, waarvan hij zich nooit
geheel heeft kunnen losmaken.

De omstandigheden des levens waren stellig van grooten invloed op
de denkbeelden van Cervantes. In zijn kwaliteit van ontvanger der
belastingen kwam hij dikwijls in aanraking met den schaduwkant van
het leven, en hij bracht een groot gedeelte van zijn tijd door in de
ongedwongen atmosfeer der herbergen, waar hij verblijf moest houden om
een hem toegewezen district te bewerken. Onder deze omstandigheden en
op deze plaatsen ontmoette hij mannen en vrouwen van vleesch en bloed,
en maakte hij kennis met de harde werkelijkheid. Zulk een ondervinding
is ongetwijfeld van groot nut voor iemand met een romantischen en
fantastischen aard en dichtersgaven. De omstandigheden temperen zijn
natuurlijken aanleg en verruimen zijn blik.

Bij zijn eerste ambtelijke reizen zal Cervantes stellig zijne
reisgenooten in de posadas, waar hij zijne tenten had opgeslagen,
hebben onthaald op hoogdravende verhalen van dolende herders
en rondtrekkende herderinnen. Wij kunnen ons gemakkelijk een
voorstelling maken van de wijze, waarop deze zoetsappige verhalen
ontvangen werden door den ruwen ezeldrijver, den eenvoudigen soldaat
en den marskramer. De kritiek van zulke menschen is niet slechts ruw,
zij is vernietigend. Is het een wonder, dat het gelach, waarmede
zijne eerste geestesproducten ontvangen werden door dit publiek,
de fantastische spinnewebben van de hersenen van Cervantes wegvaagde?

Ik heb er reeds op gewezen, dat in den tijd, waarin hij leefde, de
eigenlijke romance niet meer in de gunst van het volk stond. Dit was
gedeeltelijk het gevolg van de veranderde verhoudingen, en gedeeltelijk
van de opkomst van het Spaansche drama, dat van grooten invloed was
geweest op den smaak en het letterkundig ideaal van de bevolking. Zou
het niet mogelijk kunnen zijn, dat Cervantes, toen hij zag, dat zijne
toehoorders zijne verhalen van het Arcadische type niet bewonderden,
dit toeschreef aan de omstandigheid, dat deze eigenlijk thuis hoorden
bij de hoogere standen, en dat hij zich toen bepaalde tot de romance,
waarbij hij de droevige ondervinding opdeed, dat deze eveneens met
hoongelach begroet werd door de herbergbezoekers? Ligt het niet voor
de hand, dat te midden van de spotternijen zijner toehoorders, die zoo
in alles verschilden van de romantische personen, van wie hij gedroomd
had, het denkbeeld van Don Quixote bij hem geboren werd, en dat hij,
onder het gelach der boerenkinkels en ruwe werklieden leerde begrijpen,
dat een caricatuur van de ridderschap meer in den smaak zou vallen
bij dit publiek? Mij lijkt dit tenminste zeer waarschijnlijk toe.

Gedurende vele jaren had men groote minachting getoond voor de
onnatuurlijke ridderromance. Ernstige en degelijke schrijvers
waren ertegen te velde getrokken, en het staat vast, dat zij voor
een gedeelte van het Spaansche volk een beletsel vormde voor een
gezonde, geestelijke ontwikkeling. Zij had inderdaad verwarring
gesticht in de hoofden van dat gedeelte der bevolking, dat niet
gewoon was voor zichzelf te denken, en dat niet in staat was te
oordeelen over de fouten van een gedicht. In alle landen en in alle
tijden wordt deze groep van menschen aangetroffen, die bijzonder
gemakkelijk te beïnvloeden zijn en in bewondering komen voor de
prulligste sensatieverhalen. Het is geen overdrijving, wanneer wij
zeggen, dat in deze uiting van een ongezonde literatuur, een groot
gevaar schuilt voor de geestesgesteldheid van een volk. Zij leidt de
menschen af van hunne plichten, maakt hen ongeschikt voor ernstig werk,
maakt hen veeleischend inplaats van onafhankelijk, en brengt hen er
toe te gelooven, dat zij dezelfde deugden en gebreken hebben als de
onnatuurlijke helden en heldinnen uit hunne dierbaarste verhalen. Het
eenige wapen, dat het meer verstandige gedeelte der menschheid kan
gebruiken tegen zulk een verderfelijken toestand, is gezonde spot. Maar
het gevaar bestaat, dat bij het in opstand komen van de gevoelens van
het publiek tegen deze letterkundige buitensporigheden, niet alleen
de onzin verdwijnen zal, waardoor de onnadenkenden op een dwaalspoor
gebracht, en de verstandigen geërgerd werden, maar dat de deugden
en bekoorlijkheden, waarvan die dwaasheden de weerspiegeling zijn,
niet bewaard zullen blijven, maar tegelijkertijd zullen worden
vernietigd. Dit was tenminste het lot, dat de grootere romances
ondergingen, deze paarlen van menschelijke verbeelding, die ondanks
de reddingspogingen van iemand als Cervantes, bedolven werden bij
den ondergang der fantasie, van welke plant zij de bloesem waren;
totdat de smaak en het beter inzicht van een lateren tijd haar weder
opgroeven uit de zware aardlaag, waaronder zij begraven lagen.

DE FIGUUR VAN DON QUIXOTE.

Don Quixote, de held van de machtige satire, die den doodsteek gaf
aan den ridderstand, is eigenlijk het type van den romancelezer
uit den tijd van Cervantes. Dwaas en overdreven tot aan den grens
van krankzinnigheid, is hij volkomen blind voor de gebruiken van het
dagelijksch leven. Hij leeft in een eigen wereld, en heeft niets gemeen
met die van zijn tijd, waaraan hij zich niet kan aanpassen. In dezen
ridder van La Mancha worden de ondeugden, die de fantasie aankleven,
belichaamd, zonder dat hare deugden, die van zulk een groot nut zouden
kunnen zijn voor de gemeenschap, er in worden voorgesteld. Don Quixote
leeft in een wereld van fantasie, die bewoond wordt door de schimmen,
die hij ontmoet heeft in de boeken, waarvan zijn bibliotheek zoo
rijk voorzien was. Zijn verbeelding is dus niet eens scheppend;
door zijn verheerlijking van zijne afgoden, heeft het publiek weinig
vertrouwen in hem, en hij wordt door zijne buren beschouwd als een
beminnelijke dwaas, die niemand kwaad doet. Maar wanneer de droomer
tot daden ontwaakt, kan hij zeer gevaarlijk worden, wanneer zijne
visioenen hem op dwaalwegen leiden, of wanneer hij tracht een droom
tot werkelijkheid te maken. Dit was het geval met Don Quixote. Hij
was eigenlijk niet gek genoeg om opgesloten te worden, maar wel
om een last voor zijn omgeving te zijn, al was hij dan ook niet
gevaarlijk. Hij is het type van den romance-held, die door overdrijving
van allerlei eigenschappen, tot abnormale uitingen komt, zooals een
kleine jongen tot stelen komt door het lezen van detective verhalen,
of een winkeljuffrouw zich gaat verbeelden, dat zij de lang verloren
dochter is van een geheimzinnigen graaf.

Geef uw mening over dit artikel! Het is altijd leuk om iets van onze lezers te horen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *