Legenden en Romances van Spanje

Thema’s > Legenden en Romances van Spanje I

Project Gutenberg’s Legenden en Romances van Spanje, by Lewis SpenceThis eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.net

LEGENDEN EN ROMANCES VAN SPANJE
Door
Lewis Spence F.R.A.I.
Schrijver van:
»Legenden en Romances van Bretagne«, »Helden-verhalen en
Legenden van de Rijn«, »Handleiding bij de studie van de
Middeleeuwse Romance en Romance-schrijvers«, enz.
Met 16 illustraties van Otway Mc. Cannell R.B.A.
Uit het Engelsch door S. Vos-Goudsmit
Zutphen–W. J. Thieme & Cie

VOORWOORD.
Sedert de dagen van Southey heeft de Spaanse romantische literatuur
niet die belangstelling van Engelse schrijvers en kritiek genoten,
waarop zij ongetwijfeld aanspraak heeft. In geen enkel land van Europa
heeft het zaad van de Romantiek zo gemakkelijk wortel geschoten,
of is het tot zulk een weelderige bloei gekomen als in Spanje, waar
de geaardheid van het volk nog duidelijker te voorschijn trad uit de
ridderverhalen, dan dit het geval was in Frankrijk of Engeland. Denken
wij bij het begrip Ridderlijkheid niet het eerst aan Spanje, aan zijn
eeuwenlange strijd tegen de heidense overweldigers van Europa, aan
zijn gevoel voor persoonlijke en nationale eer? Denken wij niet aan
den Cid Campeador, aan Gayferos en Gonzalvo de Cordova, reusachtige
geharnaste schimmen, een pantheon van helden, ver uitstekende boven
alles, wat de oorlogslegenden van andere landen ons te aanschouwen
geven. Het heldendicht van Koning Arthur, de Franse chansons de
gestes, zijn bijna evenzeer uitvloeisels van volksoverleveringen als
van de verbeelding der zangers, die er het eerst een letterkundigen
vorm aan gaven. Maar bij de Spaanse romances speelt de folklore een
onbetekenende rol, en de ridderlijke verdichtsels zijn òf gebaseerd
op geschiedkundige gebeurtenissen òf zij zijn voortbrengselen van
die schitterende en sprankelende fantasie, die alles kenmerkt, wat
dit Schiereiland aan literatuur heeft voortgebracht.
Ik heb meer plaats gegeven aan die verhalen, die het verband bewijzen
tussen de Franse chansons de gestes en de Spaanse cantares de
gesta, dan de meesten mijner voorgangers hebben gedaan, die over
Castiliaanse romantiek schreven. Behalve Fitzmaurice Kelly, de
begaafde schrijver over Spaanse letterkunde, is mij geen enkel
Engelse schrijver bekend, die aan dit belangrijke onderwerp zijn
aandacht heeft gewijd. Mijn eigen opvatting over het volkomen
ontbreken van Moorsen invloed op de Spaans romanceros, wordt
gesteund door critici, die veel beter dan ik in staat zijn dit
vraagstuk te beoordelen; maar bij de behandeling van de ballade
heb ik mijn eigen weg gevolgd, en ik meen hiertoe gerechtigd te zijn
door een jarenlange studie van dit onderwerp, dat zo ten volle mijn
belangstelling en liefde heeft. Mijne vertalingen zijn dan ook niet
slechts een wedergave van de inhoud, doch het zijn een getrouwe en
nauwkeurige overzetting van de oorspronkelijke balladen.
Ik heb ernstig getracht, mijn lezers een overzicht te verschaffen van
de Spaanse romantische literatuur, die tot uitdrukking is gekomen
in de cantares de gesta, de ridderverhalen, romanceros en balladen,
en in zangen van meer tedere aard. In de verschillende hoofdstukken
zal de lezer een uitvoerige beschrijving vinden van al deze uitingen
der Spaanse letterkunde.
Wanneer dit werk er toe zou bijdragen, dat de belangstelling van enkele
lezers zou worden gewekt voor de edele Castiliaanse taal, dan zou
het aan zijn doel hebben beantwoord. De werkelijke schoonheid van
deze verhalen ligt verborgen achter de sluiers van een taal, onbekend
aan het grootste deel van het lezende publiek; zij kan slechts worden
bevrijd door de toverstaf van de studie. Dit boek bevat slechts de
armzalige afspiegeling en de zwakke wedergave van verborgen wonderen.

HOOFDSTUK I. DE BRONNEN VAN DE Spaanse ROMANCE.
Het gelovene Franse liefdeslied,
De zangen van ‘t schone Brittanje,
Legenden van het zwaard en de speer,
Geboren in Allemanje,
Dit alles verbleekt bij de kleurige pracht
Der balladen van ‘t oude Spanje!
Wanneer een vreemdeling op zijne reizen rust zou zoeken in een tuin van
het oude Granada, onder een afdak van citroen- en moerbeibladeren,
en zijn oor zou openen voor de melodieën der wateren van de
Granaatappelstad, en zijn geest voor de betovering van hare atmosfeer,
dan zou het hem gemakkelijk vallen te geloven dat in de dagen, toen
hare kleuren minder geloven en hare verrukkelijke lucht misschien minder
verkwikkend was, de harpen van haar zangers de weefgetouwen waren, waarop
de weefsels van de romance ontstonden. Bijna instinctief zal hij den
indruk krijgen, dat de Spanjaard, die dit paradijs herwonnen heeft,
na eeuwen van ballingschap, en die aangeraakt werd door de betoverde
echo’s van de Moorse muziek, die daar nog rondzweefden, werd
opgewekt tot hartstochtelijke lofzangen op die helden van zijn ras,
die zo onafgebroken hadden gestreden en zooveel hadden opgeofferd,
om het te herwinnen. Maar wanneer hij de Sierra del Sol zou beklimmen
en door de betoverde vertrekken van het Alhambra zou dwalen, zoals
een kind door het land der dromen, dan zou hij in zijn hart zeggen,
dat de mensen, die deze kamers bouwden uit de regenboog, en deze
muren beschilderden van het palet van de zonsondergang, ook het
onzichtbare, doch daarom niet minder schitterende paleis van de
Spaanse Romance opbouwden.
Of als iemand, wandelende in de schaduwen van Cordova, peinst over
de Moskee Maqsure, welker deuren van Andalusisch staal toegang gaven
aan dichters en sterrewichelaars, of wanneer hij denkt aan het paleis
van Azzahra, gebouwd van rozerood en zeegroen marmer, geroofd uit
de Byzantijnse kerken van Ifrikia, zal hij dan niet geloven,
dat in deze stad van verwoeste pracht en vernielde betovering de
passiebloem van de Romance in volle heerlijkheid opbloeide?
Maar wij kunnen de tonen der vergeten melodieën niet meer vinden,
noch kunnen wij samenvoegen het mozaïek van verbroken harmonieën in de
warme en klinkende stad der Saracenen, evenmin als in de »mijn van
zijde en zilver«, het oude Granada; noch te midden van de marmeren
overblijfselen van Cordova, waar het marktplein overstroomd was met de
geschilderde perkamenten van Moorse zang en wetenschap. Wij moeten
ons afwenden van het bloeiende Zuiden, en de kale hoogten van Castilië
en Asturië beklimmen, waar het Christelijk Spanje gedurende 500 jaren
gevangen was op een dorre en verschroeide vlakte en waar geboren
werd een diepe hartstocht van vaderlandsliefde en zelfopoffering,
die uiting vond in heerlijke krijgszangen, waarvan de echo’s tussen
de bergen weerklinken als spook-klaroenen op een vergeten slagveld.
Afzondering en toewijding aan een nationale zaak zijn machtiger
prikkels tot de ontwikkeling der romantiek, dan een atmosfeer van
Oosterse weelde. De borsten van deze strenge bergen brachten melk
voort, zoeter dan de wijn van Almohaden, en liederen ontstonden in
Burgos en Carrión, ontroerender, zij het dan ook minder fantastisch,
dan ooit ontsprongen aan de guitaren van Granada. Maar de nooit
eindigende strijd tussen Arabier en Spanjaard bracht met zich
mede een voortdurende uitwisseling van de zinnelijke geest van het
Zuiden en de ruwere mannelijkheid van het Noorden, zodat ten slotte
het Saraceense goud het staal van het Spaanse lied versierde,
en de Spaanse ziel gevangen werd in de netten van de Oosterse
fantasie. In latere tijd verzachtte een openlijke bewondering voor
de kunst en beschaving van de Moslim de ouden haat, en de Moorse
cavalier bootste de ridderlijkheid, zoal niet de dichtkunst na,
van de Castiliaansen ridder. [1]
DE BAKERMAT VAN HET Spaanse LIED.
Het vaderland van de Spaanse overlevering was inderdaad een
geschikte kweekplaats voor het ras, dat gedurende eeuwen iederen duim
van het Schiereiland moest betwisten aan een vijand, die oneindig
veel bedrevener was in de kunst van oorlogvoeren, al was hij dan
ook de mindere in doortastendheid, en al ontbrak hem de geest van
saamhorigheid.
Te midden van de dorre woestenijen van het Noorden van Spanje,
die tegenwoordig bekend zijn als rijk aan mineralen, vindt men
onverwachts weelderige en vruchtbare valleien, ingebed tussen een
steile, vulcanise bergketen, aan de voet waarvan dichte eiken-,
kastanje- en dennenbossen verrijzen. Deze dalen, door hunne ligging
beschut tegen de ijzig scherpe winden, die van de Pyreneeën jagen,
bieden betrekkelijk dezelfde levensomstandigheden als het zachtere
Zuiden van het land. Ofschoon door de onderlinge afstand het verkeer
tussen de verschillende dalen gering was, waren deze toch voor de
Spaanse Christenen het toevluchtsoord, waarheen zij kwamen om nieuwe
krachten te verzamelen en hun geest te sterken voor de groten strijd
tegen de Saracenen.
In dezen eeuwenlange strijd werd Christelijk Spanje ongetwijfeld
gedragen door een diep gevoel van saamhorigheid en het bezit van een
gemeenschappelijke taal, factoren, die het behoud zijn geweest van
menig volk, dat in een even wanhopige toestand verkeerde; en misschien
is hun vaste wil, het verloren paradijs van het Zuiden te herwinnen,
wel het beste bewijs voor de waarheid van de theorie, dat vóór het
tijdperk der Saraceense overheersing, de Castiliaanse taal
slechts een samenraapsel was uit de elementen van de Romeinse lingua
rustica en het onbeschaafde Gothisch, en volgens sommige autoriteiten,
zonder bepaalde taalregels of een taaleigen. [2] Zeker is het, dat
de eindfase in de ontwikkeling van het Castiliaans plaats vond na
den uitval der Arabieren, maar wij zouden te grote waarde hechten
aan het gebrekkige bewijs, dat wij bezitten, wanneer wij beweerden,
dat de gangbare Castiliaanse taal, onmiddellijk vóór die periode,
niets was dan een patois, zonder regels of methode.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *