Middelen van bestaan

Thema’s > Middelen van Bestaan

Zwaartepunten van de industriële productie zijn bouw-, textiel- en zware industrie, transportmiddelen, agrarische producten, machine- en scheepsbouw.
In vergelijking met de andere Europese landen is Spanje lang een agrarisch land geweest.

Onder andere door het ontbreken van technisch goed geschoold personeel had de industrie zich toegelegd op de fabricage van goedkope consumptie-artikelen (o.a. textiel en schoenen) die nu echter goedkoper door lageloonlanden kunnen worden vervaardigd. Ook de ijzer-, staal- en scheepsbouwsectoren krijgen het moeilijk. De werkloosheid is er hoog.

Het aandeel van de landbouw aan het bruto binnenlands product is in 2000 4%. Ongeveer driekwart van de landbouwbedrijven is kleiner dan 10 ha. In Midden- en Zuid-Spanje komt nog veel grootgrondbezit voor. In noordelijke kuststreken komen moderne agrarische bedrijven voor. Door irrigatie kan men er aardappelen, rogge en gerst verbouwen ten koste van de oude cultures als kurkeiken, olijf- en amandelbomen.Verbouw van tarwe komt in het gehele land voor. Van betekenis is de wijnbouw; Spanje is na Italië en Frankrijk de derde wijnproducent van Europa. Spanje is bovendien de grootste olijfolieproducent binnen de EU en de export van olijfolie vormt de belangrijkste inkomstenbron in Zuid-Spanje. Spanje is ook een belangrijke producent van suikerbieten, suikerriet, vlas, maïs, katoen en tabak. Het bekendste Spaanse tuinbouwproduct is de citrusvrucht, waarvan het de eerste producent in Europa en de vijfde van de wereld is. De veehouderij is, mede door de grotere vraag naar vlees als gevolg van de gestegen welvaart, steeds belangrijker geworden en vormt 40% van de totale landbouwproductie. In Galicië vormt de visvangst een belangrijke bron van inkomsten. Gevangen worden: tonijn, kabeljauw en sardines. Spanje is na Rusland, Noorwegen, Denemarken en IJsland de vijfde grootste visvanger van Europa.

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *