Bestuurlijke indeling

Thema’s > Bestuurlijke indeling

Zoals vastgesteld in de Grondwet van 1978, is Spanje een sociale en democratische rechtstaat, met een parlementaire Monarchie als politieke vorm.

Centraal bestuur
De hoofdstad is Madrid, waar de Koning en de Landsregering gevestigd zijn. Ook bevinden zich daar de wetgevende (Eerste en Tweede Kamer) en rechtsprekende machten. De centrale regering in Madrid heeft de uitvoerende macht; de Cortes Generales, het parlement, beschikt over de wetgevende macht. Het Spaanse parlement bestaat uit twee kamers: het Congres van Afgevaardigden, Congreso de los Diputados, dat 350 leden telt en vergelijkbaar is met de Tweede Kamer, en de Senaat, Senado, die uit 256 leden bestaat. De verkiezingen voor beide kamers vinden om de vier jaar plaats. De Congresafgevaardigden worden rechtstreeks gekozen, evenals 208 senatoren, terwijl de resterende 51 Senaatsleden door de autonome deelregeringen worden benoemd. De voorzitter van het Congres draagt een minister-president voor en wel diegene op wie het grootste aantal stemmen is uitgebracht, aan de hand van een kandidatenlijst.

Regionaal Bestuur
Spanje bestaat uit zeventien zelfstandige regio’s, Comunidades Autónomas en uit de enclaves Ceuta en Melilla aan de kust van Noord-Afrika, die sinds 1995 een beperkte vorm van zelfbestuur kennen. De grondwet van 1978 heeft de regering, die voorheen zeer centralistisch was, verregaand gedecentraliseerd. Regionale regeringen nemen nu meer dan 45 procent van de publieke uitgaven voor hun rekening, de centrale regering 40 procent en de lokale autoriteiten 15 procent. De 17 regio’s hebben elk hun eigen rechtstreeks gekozen parlement en regering. De zelfstandige deelregeringen hebben op hun beurt eigen Centrale Autonome Rechtbanken, de Tribunales Centrales Autonomicos.

De zeventien Spaanse regio’s tellen drie historisch gezien zelfstandige gebieden: Catalonië, het Baskenland en Galicië, elk met hun eigen taal. Verder zijn er vier zelfstandige regio’s: Andalusië, Navarra, Valencia en de Canarische Eilanden. De overige regio’s, die langzaam aan overgaan naar zelfstandig gebied zijn: Castilla Leon, Castilla La Mancha, Aragon, Murcia, Balearen, Cantabrië, Asturië, Extremadura, La Rioja en Madrid. Samen tellen de regio’s vijftig provincies.

De verschillende Spaanse regio’s zijn niet even machtig. De artikelen 143 en 151 van de grondwet beschrijven twee vormen van decentralisatie, waarvan artikel 151 het meest verregaand is. Baskenland, Catalonië en Galicië kregen het eerst de artikel-151 status, gevolgd door Andalusië, Navarra, Valencia en de Canarische Eilanden. Het regionale bewustzijn is het sterkst in Baskenland en Catalonië, wat heeft geresulteerd in verregaande verzelfstandiging. Deze beide regio’s hebben naast een eigen scholings- en gezondheidszorgsysteem (gebruikelijk in artikel-151 regio’s) zelfs hun eigen politiekorps. Het Baskenland kent bovendien een eigen belastingsysteem, evenals de regio Navarra. Navarra en het Baskenland vormen één land in de ogen van de Baskische nationalisten.

De Grondwet verleent elke Autonome Gemeenschap zijn respectievelijke regeringsbevoegdheden, waarbij de conflicten tussen de algemene Landsregering en die van de Autonome Gemeenschappen beslecht worden door de Constitutionele Rechtbank.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *